top of page

Bloot op twee wielen

Een stadse jungle van lelijke gezichten

Tekst: Wineke Brans

Beeld: Masja Willekens


Samengeknepen ogen, een mond die net iets te ver openhangt, een snottebel die langzaam naar de uitgang van mijn neus glibbert. Gefronste wenkbrauwen die een reliëf in mijn voorhoofd veroorzaken. Drie natte plukjes haar in mijn nek: mijn zweet matje. Precies hetzelfde fietsgezicht als dat van mijn vader. Een erfenis waar ik trots op ben; trots dat ik onderdeel ben van de collectie lelijke Amsterdamse fietsgezichten.


Op mijn stalen ros, een prachtig groen ding dat ik voor vijfenveertig euro bij de kringloop heb gekocht, rijd ik van Oost naar West. Een fantastische route: niet alleen omdat ik door de mooiste stad van de wereld fiets, maar ook omdat ze vol zit met lelijke gezichten. Een zakenman, die waarschijnlijk net te laat is voor een belangrijke afspraak, op een iets te kleine herenfiets, met haar dat net niet meer helemaal goed zit. Mensen wiens conditie niet goed genoeg is voor het tempo waarop ze fietsen en daarom hijgend, met monden die oncharmant ver openhangen, van A naar B gaan. Opgetutte meisjes die even vergeten om mooi te zijn. Bakfietsmoeders waarbij je aan hun gezichtsuitdrukking kan aflezen dat ze een chaotische ochtend met jengelende kinderen achter de rug hebben. Een fietsgezicht is misschien wel het meest eerlijke gezicht dat er is.

Socioloog Erving Goffman stelt dat de mens twee modes of being heeft: de frontstage- en de backstage modus. Die backstage-modus speelt volgens Goffman enkel op wanneer je helemaal alleen bent en écht volledig jezelf bent. Dus wanneer je met een knot op je hoofd op de bank zit en ongegeneerd aan je derde tiramisu begint, huilend om een slechte B-film in een shirt dat écht in de was moet. Kortom: dingen die je doet als niemand kijkt. Zodra je in een omgeving bent met andere mensen, kruip je in een [i]frontstage[i/]-rol, waarbij je (deels onbewust) constant bezig bent met hoe je overkomt op andere mensen. Het fietsgezicht lijkt hier een uitzondering op te zijn, waarbij we onze ongeveinsde, onooglijke ‘backstage-gezichten’ laten zien in een ‘frontstage-setting’.

Omdat een fietstocht een reeks is aan ontmoetingen die zo kort van duur zijn, is een mens met een fietsgezicht zich niet bewust van het feit dat diegene zich in een situatie bevindt waar andere mensen zijn. De vriendelijke façade wordt thuisgelaten: geen formele glimlachjes, geen vrolijke gezichten op de hoofden van mensen die een kutdag hebben. Geen lippen die net iets naar voren worden getuit om goed op een selfie te staan. Het geldende schoonheidsideaal lijkt even niet meer uit te maken.

Dat zo’n modus tijdsgebonden is, blijkt zodra ik stil sta voor een stoplicht. Gedwongen moeten wachten op een stoplicht, midden tussen andere verkeersdeelnemers, is bijna zoals in de lift staan met een groepje vreemden. Fietsgezichten smelten als ijsjes in de zon en worden omgezet in gezichten die weer presentabel zijn voor de buitenwereld. Zodra het licht op groen springt en billen zich weer op zadels settelen, keert het fietsgezicht weer terug. Het is misschien wel de puurste vorm van zijn. En ondanks dat een fietsgezicht in veel gevallen bestaat uit zweet, rimpels en snottebellen, is het mijn favoriete uitzicht in Amsterdam.


76 views0 comments

Related Posts

See All

Comments


bottom of page