top of page

Een ode aan het OV



Tekst: Marcella Grasdijk

Beeld: Sammy Stasse


Als een klein meisje uit een niet heel veel groter dorpje, ging ik vaak met de bus naar de stad. Voor mij was de busrit het uitje op zich. Wanneer je instapte kreeg je een nieuwe stempel op je kinderstrippenkaart van de altijd vriendelijke buschauffeur. Ik mocht bij het raam zitten, om tijdens de route die ik al tientallen keren had gereden weer allemaal nieuwe dingen te ontdekken. En als moment suprême de anticipatie van het wachten op mijn moeder die groen licht gaf om op het rode ‘stop’ knopje te drukken wanneer we bijna waren aangekomen op onze bestemming.


Hier is mijn voorliefde voor het openbaar vervoer begonnen. Nog steeds kan ik in de bus helemaal tot rust komen. Zowel binnen als buiten de bus is er ontzettend veel te zien. Dat gaat hobbelend over de niet altijd goed geasfalteerde wegen gepaard met de achtergrondgeluiden van mijn jeugd. De sissende remmen, openslaande deuren en het irritante piepgeluid wanneer het rode lampje gaat branden.


Toen ik naar Amsterdam verhuisde ging er een hele nieuwe wereld voor me open wat betreft het openbaar vervoer. Een immens station met treinen die je naar alle uithoeken van het land en zelfs daarbuiten kunnen brengen. Op ongeveer elke 400 meter vind je in het centrum wel een tramhalte en de metro brengt je zo van de ene naar de andere kant van de stad.

In Sint-Petersburg kon ik mij ook weer even dat kleine meisje voelen. Want waar de nostalgische busreis zoals we hem vroeger kenden in Nederland is vervangen met de OV-chipkaart, betaal je in Rusland nog gewoon met een paar muntjes. De mevrouw, die al flink op leeftijd is, houdt vanuit haar speciale controleursstoel de hele bus in de gaten en wurmt zich tussen de vele mensen door om iedereen zijn kaartje te laten betalen.


De metrostations in Moskou laten je weer op een andere manier klein voelen. Daar speelt niet alleen de hoeveelheid mensen een rol in maar ook de rijke geschiedenis die voortvloeit uit de bombastische stationshallen.


Het begon allemaal bij Joseph Stalin, die in de Sovjet-tijd het meest magistrale metronetwerk wilde bouwen wat er bestond. Architecten uit Londen werden overgebracht naar Rusland om Moskou te leren kennen en een metrosysteem op te stellen. De Koltsevaja lijn, ook wel Circle line werd later toegevoegd en volgens een urban legend behoorde het origineel niet bij het plan. Men zegt dat toen Stalin de plannen bekeek zijn koffiekopje een bruine cirkel op het midden van de kaart heeft achtergelaten. Stalin stond bekend als een man waar je dingen niet twee keer aan vroeg, dus omdat niemand hem durfde tegen te spreken is de lijn gebouwd. De lijn wordt tot op de dag van vandaag in het bruin afgebeeld op de kaart.

Tijdens de oorlog fungeerde de metrostations als schuilplaats bij bomaanvallen, omdat veel van de stations zo diep onder de grond liggen. Tegenwoordig is het metronetwerk van Moskou het metronetwerk dat de meeste passagiers per dag transporteert, en door zijn schoonheid ook een absolute toeristentrekker.


Hetgeen dat mij zo intrigeert aan het openbaar vervoer is het systeem, wat vrijwel altijd door blijft gaan. In mijn hoofd vergelijk ik het vaak met stromend water, waar ik ook uren naar kan kijken en helemaal bij tot rust kom. Het is een continue stroom en als mens kun je instappen zonder een directe invloed uit te oefenen. Je kunt het water ingaan, waardoor de stroming verandert, maar het water vindt zich altijd een weg om je heen. In het openbaar vervoer zal de conducteur misschien een paar seconden wachten als je op het allerlaatste moment nog net de wagon in wilt rennen, maar de trein zal ongeacht jouw aanwezigheid alsnog doorgaan volgens haar ritme.


Dit soort systemen laten mij me weer klein voelen als mens en doen mij eventjes realiseren dat ik maar een heel klein onderdeel ben van een ontzettend groot geheel. In een stationshal, bij de bushalte of in een metrowagon zie je, zonder dat ze zich er zelf bewust van zijn, al die kleine onderdeeltjes samenkomen.

0 views0 comments

Related Posts

See All

Comments


bottom of page